Waren twee dames van Vaassen Actief afgelopen najaar al eens op pad geweest met een burltocht, deze week zijn Desire en Monique meegegaan met Jan Niebeek van Zie de Veluwe leeft.

Het leek wel een 1e zomeravond, ondanks dat het begin april is. Het was warm, ook in het bos. Het bleek juist daarom ook een geschikte avond om wild te spotten. We gingen dus met goede hoop op weg. Samen met nog een stuk of 8 andere deelnemers, vertrokken we vanaf de parkeerplaats aan de Vierhouterweg. Jan vertelde veel, heel veel. En Jan had de pas er goed in, een flinke pas.

Jan vertelde onderweg veel over alles wat we zagen, paddestoelen (groeien altijd op dood hout), sporen in het zand, paadjes door de planten aangemaakt door herten en/of zwijnen maar vooral; je moest goed opletten. Tijdens het wildspotten in het bos moet je constant alert zijn. Want stél je voor… dat je het net mist.

Jan is een man met kennis, heel veel kennis. Zijn imitatie van een burl door een hert maakte op mij de meeste indruk J. En de burltochten zijn ook hetgeen dat altijd nog de meeste indruk op hem maakt. Onderweg vertelt Jan ons over het bos; het (slechte) witte zand in het bos, over gedeeltes waar het bos niet wordt onderhouden om de grond beter te laten worden, over een verrotte boom die hij al 50 jaar verder ziet interen, over een boommarter die in een boom was gekropen en er niet meer uit wist te komen, over een gestresst reetje (geen blote) dat hij vond tijdens een wildspeurtocht, over een hert dat tijdens de bronsttijd na een nachtelijk avontuur in een poel lag uit te hijgen en waar hij ook een foto van wist te maken. Onderweg vertelt Jan ons ook over afdrukken in het zand, van herten, zwijnen, reeën en dassen.

Het aantal modderpoelen onderweg is talrijk. We zien zelfs nog een vers spoor van modder, door varkens die net lekker hebben gebadderd. Doel hiervan, vertelt Jan, is dat ze na het badderen de modder op laten drogen en door middel van schuren zich ontdoen van allerlei ongedierte dat zich in de vacht heeft genesteld.

Ik merk dat Jan hoopt op een aantal biggetjes. Want waar ze in deze tijd van het jaar normaal al wel geboren moeten zijn, is er nog geen big gezien. Ook niet door de boswachter of jachtopzieners van het Kroondomein. Jan hoopt vast dat hij dit jaar de eerste mag zijn die ze ziet. Ik kan je alvast verklappen, dat is niet gelukt.

Maar dan… waar we voor kwamen; wild spotten. Dat is zeker gelukt. We zijn nog maar net op weg of we zien al zwijnen. Dit waren een soort van inkoppertjes voor Jan. Het waren een soort van huisvarkens bij een huis dat daar aan het begin van het bos staat. De bewoners gooien nog wel eens wat afval over het hek en ja, dat weten die beesten snel.

Na goed gekeken te hebben (ja, we wisten niet of we er nog meer gingen zien) zette Jan de pas er weer flink in. En ja hoor, iets verderop zien we al weer een aantal varkens. Opvallend genoeg, vindt Jan, zijn ze momenteel niet in grote groepen. Ze trekken zich wat meer terug, wat er toch op wijst dat ze óf al een nest met biggen hebben, óf zich voorbereiden op het krijgen ervan.

Na al een flinke ronde gemaakt te hebben, komen we uit bij een grote vlakte. Hier hopen we dan ook een groep herten te mogen zien. Jan geeft al aan dat het waarschijnlijker is om ’s morgens herten te treffen dan ’s  avonds, maar je weet maar nooit. Hij blijkt gelijk te hebben, de herten zitten elders.

We lopen door naar een ander stuk bos, waar het een chaos is. De varkens hebben alles op de kop gezet, op zoek naar voedsel. Op zoek naar in dit geval de wortels van de varen.

Als we uiteindelijk weer terug komen op de vlakte, zien we nog net 2 reeën lopen. Toch nog!

We hebben een geweldige tocht beleefd, veel geleerd en gezien door Jan Niebeek. Jan bedankt! Wij raden iedereen aan om een keer een wildtocht met jou te gaan maken.