Op 11 november wordt in Nederland de naamdag van Sint Maarten gevierd. Kinderen lopen met lampionnen over straat en gaan in kleine groepjes de huizen langs om snoep of fruit te bemachtigen.

In grote delen van Nederland is het zaak om voor 11 november allerlei lekkers in huis te halen. In het begin van die avond gaan namelijk de kinderen in kleine groepjes de huizen langs. Verlegen gezichtjes, beschenen door het iele lichtje van de lampion, verschijnen in de deuropening.

Dan komt een nauwelijks verstaanbaar Sint-Maartenliedje op gang. Het is ook zomaar weer uit. Meteen veranderen de gezichtsuitdrukkingen en er wordt hoopvol een plastic tasje uitgestoken, waarin wat snoep of fruit verdwijnt. Zodra de buit binnen is, blaast het groepje de aftocht.

Niettemin is het ‘lopen met lichtjes’ een Sint-Maartengebruik dat zich in een toenemende belangstelling mag verheugen. Lange tijd kwam deze traditie alleen nog voor in de noordelijke provincies, Noord-Holland boven het IJ en Limburg. Mogelijk door import van mensen uit deze kerngebieden komt dit nu ook op veel andere plaatsen voor, zij het (nog) niet zozeer in Zuid-Holland en Zeeland.

Overigens is het ‘lopen met lichtjes’ een traditie die niet eens zo ver teruggaat. Veel ouder is waarschijnlijk het ontsteken van Sint-Maartensvuren. Hier en daar, bijvoorbeeld in Friesland, gebeurt dit nog steeds.

De Sint-Maartenviering heeft over het algemeen geen religieuze betekenis meer. Wel is het een goede aanleiding voor katholieke scholen om rond 11 november aandacht te besteden aan de eens zo populaire heilige Sint-Martinus.