De pilot Logeerzorg die vorig jaar startte in de gemeenten Epe en Heerde is afgerond.

De pilot heeft inzicht gegeven in de vraag naar logeerzorg en de mogelijke meerwaarde ervan. Voor mantelzorgers blijkt logeerzorg een uitkomst. Beide gemeenten brengen het daarom actief onder de aandacht bij mantelzorgers en zorgvragers. In het vervolgtraject onderzoeken de gemeenten samen de behoefte aan respijtzorg in het algemeen.

Tijdens de pilot Logeerzorg konden inwoners met een zorgvraag uit de gemeenten Heerde en Epe logeren bij Viattence en Groot Stokkert. Die zorgaanbieders namen tijdens de logeerperiode de zorgtaken van de mantelzorger dus over, waardoor deze even op adem kon komen.

Deelname aan de pilot
In totaal is in de gemeenten Heerde en Epe twintig keer een beroep gedaan op de pilot. Vergeleken met de andere pilots in het land ligt dit rond het gemiddelde. Het aantal werd bepaald door een aantal factoren. Vooral mantelzorgers die intensief mantelzorg leveren hebben behoefte aan logeerzorg; andere mantelzorgers hebben behoefte aan andere vormen van respijtzorg. Sommige mantelzorgers en zorgontvangers laten zich door schaamte weerhouden van een beroep op logeerzorg. Daarnaast bleek logeerzorg nog vrij onbekend.

Bevindingen en aanbevelingen
De deelnemers hebben logeerzorg ervaren als een fijne manier om de mantelzorger te ontlasten. De mantelzorger komt werkelijk tot rust, kan een keer zorgeloos op vakantie of komt bijvoorbeeld toe aan een eigen operatie. Logés met dementie kunnen moeilijk wennen aan een nieuwe (woon)situatie; voor hen zou respijtzorg thuis een betere oplossing kunnen zijn. Er lijkt geen behoefte aan logeerzorg als tussenstap vóór de verhuizing naar een zorginstelling.

Bij intensieve mantelzorg wordt logeerzorg aangeboden vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz; via het zorgkantoor). Bij lichtere mantelzorg komt het aanbod vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo; via de gemeente). Deze vormen van zorg en ondersteuning vloeien vaak in elkaar over. Logeerzorg zit daarmee op het grensvlak van Wmo en Wlz.

Toegang tot logeerzorg via de cliëntondersteuner mantelzorg neemt regelstress weg bij de mantelzorger. Daarmee wordt logeerzorg toegankelijker. Om logeerzorg nog toegankelijker te maken moeten er bedden beschikbaar zijn. Voornamelijk in kleinere gemeenten zoals Heerde en Epe is dat een uitdaging. Een regionaal aanbod zou een aanvulling kunnen zijn op het plaatselijke aanbod.

Vervolgtraject
De gemeenten Epe en Heerde zijn een vervolgtraject gestart. In dit vervolgtraject onderzoeken zij de behoefte aan respijtzorg in het algemeen. De uitkomst van dat onderzoek moet duidelijk maken welke vormen van respijtzorg verder ontwikkeld moeten worden. Ondertussen blijft logeerzorg in beide gemeenten beschikbaar. Inwoners kunnen ervoor terecht bij de Steunpunten Mantelzorg. De gemeenten hebben daarvoor een laagdrempelige procedure ingericht. De gemeenten Epe en Heerde blijven logeerzorg onder de aandacht brengen bij mantelzorgers en zorgvragers.

Aanleiding en achtergrond
In 2018 riep het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gemeenten op voorstellen in te dienen voor ‘logeerzorg’. De gemeenten Heerde en Epe sloegen de handen ineen met zorgaanbieders Viattence, Herstelzorg Nederland en zorgverzekeraar Zilveren Kruis. Hun voorstel werd samen met 9 andere voorstellen door VWS geselecteerd. Woensdag 17 april 2019 lanceerde VWS-minister Hugo de Jonge de 10 pilots tijdens een bijeenkomst met vertegenwoordigers van de betrokken gemeenten. De pilot van de gemeenten Epe en Heerde ging begin juli 2019 van start.