Het doel van de Stichting Moluks Historisch Museum is de kennis over de geschiedenis, kunst, cultuur en ontwikkeling van Molukkers (het Molukse Verhaal) toegankelijk maken voor een zo’n breed mogelijk publiek in en buiten Nederland. In een van hun laatste nieuwsbrieven stond ook een artikel over de Molukse wijk in Vaassen. We delen het graag.

Bron: Stichting Moluks Historisch Museum

Van Hout naar Steen
In 1958 kwamen de eerste Molukse gezinnen aan de Woestijnweg in ‘Woonoord Vaassen’ (gemeente Epe) te wonen. Dit barakkenkamp herbergde 133 gezinnen. Tot 1976 kon men in het woonoord wonen. Er zou groepsgewijs een verhuizing plaatsvinden naar stenen huizen in Berkenoord 2. Niet alle bewoners wilden de barakken verlaten. Op 14 oktober 1976 vond een gewelddadige ontruiming plaats door de Mobiele Eenheid. Bulldozers verwoestten de houten barakken. In sommige publicaties wordt die periode aangeduid als de overgang van hout naar steen.

De huidige wijk in Berkenoord 2 bestaat uit huurwoningen gebouwd in hofjes met straatnamen zoals Acaciahof, Cederhof, Esdoornhof, Hazelaarshof, Iepenhof, Kastanjehof, Plataanhof, Prunushof, Seringenhof en Wilgenhof. In de wijk staat verder het Molukse kerkgebouw Musafir aan de Seringenhof en het wijkgebouw Balai Pusat aan het Kouwenaarspad.

Vroeger zag ik vliegers, nu alleen wolken
Molukse wijken verspreid over heel Nederland hebben afzonderlijk een eigen verhaal met een uniek karakter. In deze Nieuwsbrief komen derde generatie Molukkers aan het woord over de wijk Vaassen (gemeente Epe). Zoals de 26-jarige Martinez Haurissa, die verkoopmedewerker is in een sneakerwinkel: “De wijk wordt steeds multicultureler en minder Moluks.” En zijn leeftijdgenoot Zenny Leatemia, student communicatie en werkzaam bij een sportschool: “De wijk is cultureel erfgoed.”

“Toen was het druk en gezellig met veel saamhorigheid. Nu is het een wijk die langzamerhand multicultureler begint te worden”, zo typeert Martinez Haurissa de periodes in de wijk waar hij zijn hele leven heeft gewoond. “Precies, ik ben hier geboren en getogen. Als ik praat over de wijk toen ik nog klein was, zeg maar tien jaar, dan zie ik op elke hoek van de straat Molukkers staan. In elk hofje waar ik doorheen fietste was er altijd wel een aantal ooms of tantes die buiten stonden te praten. Soms moest je dan noodgedwongen snel stoppen, omdat anders de wielen verstrikt raken in de glassan (glastouwen) en nylons van de vliegers. Verder werd er op het pleintje bij de Acaciahof standaard gevoetbald. Jong tegen oud of oud met jong. Er was altijd wel wat te beleven. In die tijd waren mijn vriendjes overal in de wijk te vinden.” De wijk veranderde door de jaren heen: “Nu zie ik veel Nederlandse kinderen met daartussen een paar Molukse kinderen. Wanneer ik vroeger in de lucht keek dan was die vol met vliegers. Nu zie ik alleen wolken.”

Ondanks de veranderingen in de wijk blijft Martinez zich bezighouden met zijn afkomst. “Ik merk bij mezelf dat ik sinds ik een zoontje heb, zoveel mogelijk wil weten over de Molukse cultuur en onze afkomst. Want dat wil ik aan hem doorgeven. Gelukkig zijn mijn beide ouders er nog. Zij helpen mij hiermee. Ik dank God dat zij er nog zijn. Zoals je weet zijn wij, Molukkers, trotse mensen met een mooie cultuur. Dus waarom zou je dat niet meenemen in de opvoeding. Kijk, mijn zoon Ivorí is dit jaar geboren en heeft een Molukse vader en een Surinaams-Javaanse moeder. Het is onze keuze hoe wij het beste van beide culturen aan hem gaan overbrengen.”

Of de wijk Moluks moet blijven? “De wijk is niet meer zoals het ooit was. Het is multicultureel geworden. Aan de ene kant vind ik het jammer dat die Molukse wijk die ik ken uit mijn jongere jaren er niet meer is. Aan de andere kant moet je ook respecteren dat er gezinnen zijn die verder willen kijken dan de wijk.”

“Er was een tijd dat het normaal was dat een huis in de wijk automatisch werd toegekend aan een Molukker. Maar dat is nu anders”, aldus Zenny Leatemia die tot haar vijfentwintigste in de wijk Vaassen woonde. Een jaar geleden is ze buiten de wijk gaan wonen. “Ik ben avontuurlijk ingesteld en kijk graag over de grenzen. De reden dat ik destijds in de wijk ben gebleven, had te maken met mijn vader. De wijk was zijn thuis. Toen hij kwam te overlijden, heb ik bewust de stap genomen om de wijk te verlaten.”

Of zij de wijk niet mist? “Wanneer het erop aankomt is er grote saamhorigheid. Denk aan Molukse feesten en overlijdensgevallen. Dat zijn mooie voorbeelden die bij de wijk horen. Ga ik verder terug in de tijd naar mijn kindertijd, dan denk ik aan de winkeltjes aan huis, die veel weg hadden van een ‘pondok’. Of de ‘auto-bumbu’, een plek waar onze oma’s en tantes samen kwamen om rijst en andere specerijen in te slaan. Ook de vliegerwedstrijden tussen onze opa’s en ooms staan me bij. Toen je nog een touwtje door de brievenbus had, zodat je gewoon naar binnen kon lopen. Dat mis ik allemaal wel. Maar er is ook een schaduwzijde: zoals de grote sociale controle en de roddels. Die dingen mis ik dan totaal niet. De wereld is voor mij groter dan de wijk, maar de wijk is wel een basis om op terug te vallen.”

Over de veranderingen in de afgelopen jaren: “Wat je nu in de wijk ziet is een mix van culturen. Er wonen Molukkers en gezinnen die uit alle hoeken van de wereld komen. Wat overigens prima samen gaat. Het maakt de wijk toegankelijker voor iedereen. Maar ondanks dat ik er zelf niet meer voor zou kiezen om terug naar de wijk te gaan, ben ik er voorstander van om de wijk te behouden. Een wijk zoals het toen bedoeld was: voor Molukkers. Ik ken genoeg mensen, waaronder jongeren, die graag terug naar de wijk willen. Maar het wordt ze moeilijk gemaakt door de woningbouwvereniging. De wijk herinnert mij aan mijn ouders en overgrootouders. Een plek waar je samen kan komen, waar zij zich destijds veilig voelden, omdat je elkaar had. De wijk hoort bij onze identiteit. Het is ons cultureel erfgoed.”